Aanwijzingen voor ‌werkzaamheden

Het draaimoment is afhankelijk van de slagduur. Het maximaal bereikte draaimoment resulteert uit de som van alle door slagen veroorzaakte afzonderlijke draaimomenten. Het maximale draaimoment wordt na een slagduur van 6–10 seconden bereikt. Na deze tijd wordt het aandraaimoment nog slechts minimaal verhoogd.

Het machinehuis wordt echter voelbaar warm.

Aanwijzing: De gevolgen van een overmatige verwarming zijn een hoge slijtage bij alle delen van het slagmechanisme en een hoog smeermiddelverbruik.

De slagduur moet voor elk benodigd aandraaimoment worden bepaald. Het feitelijk bereikte aandraaimoment moet altijd met een draaimomentsleutel worden gecontroleerd.

Schroefverbindingen met harde, verende of zachte bevestiging
Als bij wijze van proef de in een reeks van slagen bereikte draaimomenten gemeten en naar een diagram overgebracht worden, dan verkrijgt men de curve van een draaimomentverloop. De hoogte van de curve komt overeen met het maximaal te bereiken draaimoment. De steilheid geeft aan in welke tijd dit bereikt wordt.

Het draaimomentverloop hangt van de volgende factoren af:

Daaruit resulteren de volgende toepassingsgevallen:

Bij verende of zachte bevestiging is het maximale aandraaimoment geringer dan bij harde bevestiging. Bovendien is een duidelijk langere slagtijd nodig.

Slagtijd bepalen

De diagrammen (voorbeelden) tonen het aandraaimoment [Nm] afhankelijk van de slagduur [s]:

❶ voor harde bevestiging
❷ voor zachte bevestiging.

De gegevens zijn gemiddelde waarden en per toepassing verschillend. Ter controle moet het aanhaalmoment altijd met een momentsleutel gecontroleerd worden.

Diagram voor GDS 24

Het hoogste draaimoment wordt bereikt:

Diagram voor GDS 30

Het hoogste draaimoment wordt bereikt:

Richtwaarden voor maximale aandraaimomenten van in de handel verkrijgbare schroeven vindt u in de volgende tabel.

Richtwaarden voor maximale schroefaandraaimomenten
Gegevens in Nm, berekend uit de spanningsdoorsnede; benutting van de strekgrens 90% (bij wrijvingsgetal μtotaal = 0,12). Ter controle moet het aandraaimoment altijd met een momentsleutel gecontroleerd worden.

Sterkteklassen volgens DIN 267

Standaardschroeven en -bouten

Hoogvaste schroeven en bouten

3.6

4.6

5.6

4.8

6.6

5.8

6.8

6.9

8.8

10.9

12.9

M8

6.57

8.7

11

11.6

13.1

14.6

17.5

19.7

23

33

39

M10

13

17.5

22

23

26

29

35

39

47

65

78

M12

22.6

30

37.6

40

45

50

60

67

80

113

135

M14

36

48

60

65

72

79

95

107

130

180

215

M16

55

73

92

98

110

122

147

165

196

275

330

M18

75

101

126

135

151

168

202

227

270

380

450

M20

107

143

178

190

214

238

286

320

385

540

635

M22

145

190

240

255

290

320

385

430

510

715

855

M24

185

245

310

325

370

410

490

455

650

910

1100

M27

275

365

455

480

445

605

725

815

960

1345

1615

M30

370

495

615

650

740

820

990

1100

1300

1830

2200

Voorbeeld voor het bepalen van de slagtijd (GDS 30)

Schroef M 24 met sterkteklasse 8.8 = schroefaandraaimoment 650 Nm
Uit het diagram GDS 30 blijkt bij 650 Nm een slagduur van 0,8 seconden zie .

Tips

Torsiestaven hebben een schacht met een nauwkeurig gekalibreerde, gereduceerde diameter. Ze werken daardoor draaimomentbeperkend. Een torsiestaaf wordt tussen slagmoeraanzetter en bit gezet.
Als vuistregel voor de toepassing geldt: kerndiameter van de schroef = werkzame diameter van de torsiestaaf. De slagduur moet worden vastgesteld door proefondervindelijk schroeven.

Voor het ophangen is in het zwaartepunt van het elektrische gereedschap een ophangoog (1) aangebracht.

Met een hoekstuk (accessoire) kunt u de positie van de handgreep veranderen.

Bij temperaturen onder het vriespunt dient u het elektrische gereedschap eerst ca. 3 minuten onbelast te laten lopen om de smering in het gereedschap te verbeteren.